Lotte reist

67 uur in Boedapest

Ik doe wel mijn best om het milieu te helpen en zo, maar één bijzonder slechte eigenschap van mij doet eigenlijk alle inspanningen teniet. Ik ga namelijk graag op reis. Tenzij je houdt van fietsvakanties of wandelen in eigen streek, is die hobby niet bepaald de meest ecologische. Ach ja, niemand is flawless ;-)

Enfin, om een lang verhaal kort te maken: ik heb me er nog eens schuldig aan gemaakt. Vrijdag ging ik met zes anderen (hey Thijs, Wouter, Hanne, Michiel, Michiel en Michiel!) het vliegtuig op richting Boedapest. Ik wachtte al sinds 2012 op dat moment, want toen werd ik tot mijn grote teleurstelling naar Manchester op studiereis gestuurd in plaats van Hongarije. Mooie stad, daar niet van, maar het idee dat ik naar Boedapest wilde, heeft me nooit meer losgelaten.

Ik telde dan ook al weken af tot 29 april. En serieus, het was het waard. We sliepen in een zalige kamer (met de toepasselijke naam Africa Room. Ik voelde mij er meteen thuis ;-) ) met een giraffenprintje aan de muur en een hangmat, dus qua accommodatie zaten we goed. Dat enkele uren na onze aankomst op café gaan spot-, maar dan ook echt spotgoedkoop bleek te zijn (lees: anderhalve euro voor een halve liter bier), zorgde ervoor dat onze eerste avond al zeer geslaagd was.

De dag erna waren mijn broer en Wouter zo zot om rond 4u op te staan zodat ze de zonsopgang konden fotograferen. Spectaculaire foto’s en al, dat wel, maar ik was toch blij dat ik wat langer kon slapen. Die energie hadden we namelijk nodig om de gratis stadswandeling te kunnen volgen. Judith, een non-stop ratelende Hongaarse, gaf véél tekst en uitleg over Boedapest. Het was allemaal heel boeiend, maar ik onthield toch vooral dat Hongarije constant veroverd werd door één of ander leger, dat de arm van een koning na zijn dood werd afgehakt en dat ze er heel lekkere wijn hebben. Goeie samenvatting, lijkt me.

In de late namiddag beklommen we Gellért Hill, waarbij ik nog eens werd herinnerd aan hoe hard ik het haat om trappen te doen. Mooi uitzicht of niet, in de helft vond ik het panorama al mooi genoeg en wachtte daar op de anderen die wel nog energie in de benen hadden.

’s Avonds gingen we in een fancy restaurantje eten waar je je bestelling via een scherm moest doorgeven. Overmoedig als we waren, bestelde iedereen een voor- en hoofdgerecht, maar dat bleek er serieus over te zijn. Ik at maar de helft van mijn Griekse salade en de tortilla’s met feta en pompoen waren superlekker, maar zwaar. Aangezien we met zijn zevenen waren en er naast 14 gerechten ook drankjes besteld werden, dacht ik dat de rekening vrij hoog zou zijn, maar het tegendeel was waar. 12 euro per persoon. Ik zei het al: spotgoedkoop.

De dag erna deden we het wat rustiger aan, want iedereen leek wel ergens pijn te hebben. Knieën, ruggen, voeten, staartbeentjes… De kilometers van de dag ervoor bleken wat te veel te zijn. Op zondag gingen we dus het parlement bezoeken (zotmooi!), beklommen we de toren van de basiliek en gingen we een peperdure koffie drinken in het ongelofelijk kitscherige New York Café. De pijnlijke spieren werden uiteindelijk wat losgeweekt door de avond door te brengen in een thermisch bad. Qua interieurafwerking kon het wel beter, maar het stoombad, de sauna’s en warme baden deden deugd.

De dag erna brachten we zo mogelijk nog luier door. Uren hebben we gebadderd in Széchenyi Thermal Bath, naar verluidt het mooiste spacomplex in Boedapest. Ook hier was er voor elk wat wils: stoombaden, sauna’s, koudwaterbaden, baden met een temperatuur van 40 graden en, mijn persoonlijke favoriet, water met eucalyptusgeur. Daarna werd het echter spannend. In het restaurant duurde het vrij lang voor we ons (superlekker) eten kregen en op weg naar de luchthaven bleek er veel verkeer te zijn. Ik begon al wat te vrezen dat we ons vliegtuig zouden missen, maar gelukkig waren we op tijd door de security. Toen uitkwam dat we met een halfuur vertraging zouden opstijgen, was al dat gevrees dus voor niets geweest.

De drie dagen in Boedapest waren voorbij gevlogen en ik besefte weer hoe leuk ik het vind om op reis te gaan. Niet dat ik het ooit vergeten was, maar mijn verlof speelt mij wat parten. Misschien moet ik eens lief kijken naar mijn directrice? ;-)

(trouwens, mocht je ooit naar Boedapest gaan: breng je dan een Merlot voor mij mee? Die rode wijn vond ik zo lekker, ik heb er al spijt van dat ik er geen gekocht heb in de Tax free shop in de luchthaven…)

Alle foto’s zijn eigendom van Wouter, waarvoor dank!

 

Advertenties

12 gedachten over “67 uur in Boedapest

    1. Helaas worden de Hongaarse wijnen niet geëxporteerd, dus ik vrees dat we naar daar zullen moeten gaan om ze (nog) eens te proeven. ;-)

      Like

        1. Als ik het mij goed herinner, is dat omdat de prijzen anders ferm de hoogte in zouden schieten en dan is de wijn voor de Hongaren zelf niet meer betaalbaar. Het is echter ook mogelijk dat ik dat verkeerd onthouden heb, want de gids bleef maar doorratelen, haha.

          Like

  1. Daar zou ik ook nog graag eens heen gaan, zeker na het lezen van dit verslag/ het zien van de foto’s!
    Fijn he, hoe je zelfs in 67 uur het idee hebt écht op vakantie te zijn geweest :-)

    Like

  2. Ik heb er veel goeds over gehoord en jouw relaas bevestigt dat alleen maar. Leuk verslagje, ik krijg er zo zin van om op reis te gaan!

    Like

  3. Leuk verslag, je geeft goesting om te vertrekken (alleen al die thermale baden klinken de moeite om te gaan)! Wel grappig dat er drie Michielen (Michiels?) in jullie gezelschap zaten :-)
    En dat ecologisch willen leven, maar het reizen toch niet kunnen laten: check!

    Liked by 1 persoon

Joepie, reactie!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s