Lotte is

1000 vragen: deel III

‘Flow is een tijdschrift zonder haast, over klein geluk, andere keuzes en simpeler leven’

Ik ben misschien al niet meer objectief, maar Flow is het allerboeiendste tijdschrift dat ik ooit heb gelezen. Sinds ik een abonnement heb gekregen, maakt mijn hart elke zes weken een vreugdesprong als ik zie dat er weer een nieuwe editie is aangekomen. Een tijdje geleden zat er een boekje bij, met 1000 vragen aan jezelf. Sommige simpel, andere vereisen wat meer denkwerk. Het leek me wel leuk om er een paar in te vullen en die op mijn blog te delen. Nu en dan zal ik er zo’n 10 willekeurig uitkiezen en eerlijk te beantwoorden. Deze keer ga ik voor tien nieuwe vragen!

  1. Zou je weer terug willen naar een leven zonder internet?

Absoluut níét! Al moet ik in alle eerlijkheid antwoorden dat ik mij geen leven zonder internet kan herinneren. Rond mijn tiende werd thuis een internetverbinding geïnstalleerd en in de jaren ervoor was ik nog te veel met andere dingen bezig om daarin geïnteresseerd te zijn. Nu lukt het mij met veel moeite om twee dagen te overbruggen. Het gaat mij dan niet eens om facebook of zo, maar gewoon om het idee dat ik niet snel iets kan opzoeken. Dat doe ik zowat tien keer per dag. Er komt een vraag op in mijn hoofd en het volgende moment ben ik al bezig met op mijn toetsenbord tokkelen om een antwoord te vinden. En stel je voor dat ik mijn bachelorproeven zonder internet moest schrijven! Ik was er zeker drie keer zo lang mee bezig geweest. Ocharme de studenten van twintig jaar geleden.

  1. Wat is je favoriete dessert?

Als ik al eens een dessert eet, wat dus bijna nooit voorkomt, eet ik het liefst een bolletje ijs. Dat is niet zo zwaar als een koek, lekkerder dan een yoghurt en niet zo saai als een stuk fruit. Een bolletje ijs dus. Vanille. Met versiering.

  1. Wat zou er in jouw gebruiksaanwijzing moeten staan?

Dat vind ik geen gemakkelijke vraag, dus heb ik een hulplijn ingeschakeld. H. wist meteen wat hij moest zeggen. Zijn antwoord luidde ‘Jij hebt evenveel geduld als een uitgehongerde tijger in een vijfsterrenrestaurant’. Klaar en duidelijk dus. En ook helemaal waar J

Later kwam ik toch nog op iets anders. Ik ben heel snel heel nerveus. Je tekent dan ook je doodvonnis als je denkt dat het grappig is om me daarmee uit te lachen. Opmerkingen geven als ‘maar Lotte toch, maak je niet zo nerveus’ of ‘hahaha, kijk hoe nerveus Lotte daarvan wordt’ (zoals wanneer ik er stevig de pas inzet op de luchthaven als ik begin te vrezen dat we de boarding gaan missen) en dergelijke zorgen ervoor dat je neus afgesnauwd wordt.

  1. Zijn er weleens dagen dat je niet praat?

Haha. Hahahahaha. Er is zelfs nog nooit een dag geweest dat ik langer dan een uur niets heb gezegd, laat staan een volledige dag. Zo’n babbelaar als ik, dat krijg je niet stil hoor. Zelfs in mijn slaap tetter ik lustig voort.

  1. Kom je altijd te vroeg, te laat of op tijd?

Tot mijn grote schaamte moet ik toegeven dat ik meestal, niet altijd, te laat ben. Hoe hard ik ook mijn best doe, het lukt me niet om ergens te vroeg te zijn. Voor bepaalde dingen waarvan veel van afhangt, slaag ik er wel in om op tijd te zijn, zoals mijn werk. Toen ik nog studeerde, kwam ik echter steevast te laat aan en als ik met mensen heb afgesproken, lukt het mij ook nooit. Maar ik doe dus echt mijn best!

  1. Heb je een goede pokerface?

Ik heb helemaal geen goede pokerface, integendeel. Ik ben het schoolvoorbeeld van een open boek. Wat ik denk of voel, kan je heel gemakkelijk van mijn gezicht aflezen. Ik ben dan ook een hele slechte leugenaar.

  1. Word je meestal jonger of ouder geschat?

Tot mijn grote spijt word ik meestal een pak jonger geschat. De meeste monden vallen open als ik zeg dat ik over enkele maanden 24 word. Echt leuk vind ik dat niet, maar ik weet niet wat ik eraan kan doen. Volgens mij kleed ik mij normaal en sla ik geen kinderachtige praat uit. Mijn lengte zal zeker niet in mijn voordeel spelen, maar dat heb ik natuurlijk niet in de hand. Ach ja, ik zal maar denken dat ik over een jaar of 15 wél graag jonger zal worden geschat.

  1. Aan welk kledingstuk van vroeger koester je goede herinneringen?

Over die vraag moest ik geen seconde nadenken: mijn VKSJ-hemd. Ik was jarenlang lid van ‘de roodkapkes’, zoals de VKSJ vroeger werd genoemd. Ook al is het al jaren te klein, ik doe mijn lichtblauwe hemd vol schildjes nooit van mijn leven weg. Door omstandigheden van te weinig leden en dergelijke is het er nooit van gekomen om leidster te worden en tot op de dag van vandaag betreur ik dat.

  1. Van welk woord krijg je de kriebels?

Er zijn weinig woorden die mij irriteren, maar als ik er één moet vernoemen dat ik niet kan verdragen, dan is het wel ‘kids’. Daar krijg ik het echt van, ook al zal je mij geen spier zien vertrekken als ik het iemand in een gesprek hoor zeggen.

  1. Welke gekke eetgewoonte heb je?

Phoeh. Dat is geen gemakkelijke vraag, want als je er gewoon bent om iets op een bepaalde manier te doen, dan vind je het zelf niet gek meer. Telt het feit dat ik mijn Twix niet gewoon hap hap hap naar binnen werk, maar eerst de koek opeet en dan pas de caramel met chocolade ook mee als gekke gewoonte?

En nu is het aan jullie! Ik ben benieuwd naar jullie antwoorden :-)

flow-nu

Advertenties

2 gedachten over “1000 vragen: deel III

  1. dag Lotte
    na het lezen van je antwoorden verbaast het mij dat er heel wat zijn waarop ik hetzelfde zou geschreven/ geantwoord hebben, ik ben toch blijkbaar niet voor niks je meter! 6 op de 10 zijn exact dezelfde . ‘Wat moest ik lachen toen je het ‘kriebelwoord’ ” the kids” schreef, ik haat dit woord echt waar, :(

    groetjes
    tante hilde

    Liked by 1 persoon

Joepie, reactie!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s