Lotte doet

Over de Plataan

Het is zover. Na zes jaar zit mijn allerlaatste dag als vakantiejobber in WZC de Plataan erop. Vind ik dat erg? Op zich niet. Aan alles komt een einde en ik verlang wel een beetje om het statuut van student kwijt te zijn. Zal ik mijn vakantiejob missen? Nee, want ik haatte het vroege opstaan (om kwart na 7 beginnen werken is dus echt de hel voor mij) en het werk was leuk genoeg om mij elk jaar te motiveren, maar net niet boeiend genoeg om achteraf niet te denken ‘yesssss, ik heb weer vakantie!’.

Hoe dan ook, ik heb een hele hoop anekdotes verzameld na al die maandjes in de Plataan. Zo was er de zwaar dementerende vrouw die mij op mijn allereerste werkdag ooit vastgreep en keihard beet in mijn onderarm. Ik weet nog altijd niet wat haar bezielde en grote kans dat ze het zelf niet meer besefte, maar de toon was gezet. Voor de rest van de maand ben ik vér uit haar buurt gebleven. Een andere vrouw riep letterlijk om de 5 à 10 minuten ‘God, help mij! Help mij dan toch!’. Ze kon er niets aan doen, maar het was zo irritant. Uiteindelijk lieten de verpleegsters haar dan maar altijd in haar kamer met de deur gesloten, zodat de andere bewoners rust hadden. Over de benadering van het probleem valt te discussiëren, maar dat is hier nu niet aan de orde.

Dan was er ook nog Suske, een zalig madammeke dat altijd en overal met haar hakjes en haar handtas rondliep, zelfs als ze gewoon naar het ontbijt kwam. Altijd opgekleed met een mooie coiffure, altijd gelakte nagels, altijd fier op zichzelf. Er was de meneer die altijd luid zingend over de afdeling liep en de twee hoogbejaarde dametjes die een glaasje Disaronno dronken en zoveel plezier hadden dat ik niet alleen vermoedde dat ze al meer dan eentje hadden geschonken, maar ook zelf keihard moest meelachen. Maar er was ook de vrouw die op een ochtend hartverscheurend zat te wenen omdat die nacht haar tweeling dood was geboren. Ze was 93 en zwaar dement. Toch sprongen de tranen in mijn ogen, omdat ik zag en voelde hoe oprecht haar verdriet was. Er was de stagiaire Bejaardenzorg, 5 jaar jonger dan mij, die ‘seg meiske, naar het hoeveelste middelbaar ga jij nu?’ vroeg en na mijn fijntjes opgemerkte antwoord dat ik al een hogeschooldiploma had, uit schaamte drie dagen niets meer durfde zeggen. Jammer genoeg waren er ook de geuren. Vieze geuren. (Sorry voor de gore details) Ik moest elke werkperiode minstens 1 keer naar de dichtstbijzijnde wc lopen omdat mijn maaginhoud naar boven kwam door één of andere walgelijke geur of onverwachte vieze aanblik.  Tot slot waren er ook mijn vele collega’s: de luidruchtige, klagende en tegelijkertijd ook lieve, grappige en altijd-paraat-om-te-helpen-staande vrouwen waarmee ik moest samenwerken… Ik zou over hen alleen al dikke boeken kunnen schrijven.

Het is nooit mijn droomjob geweest, maar het was wel een droom van een vakantiejob. Fantastische werkuren (tegenover het te vroege beginuur staat het zalige einduur waardoor je nog een groot deel van de middag vrij bent), dicht bij huis, geen echt vuil of saai werk en goedbetaald. Nee, missen zal ik het niet, maar als ik opnieuw zou moeten kiezen, dan koos ik direct weer voor deze werkplaats. Het is zoveel beter dan die maand  acht uur aan een stuk kartonnen dozen nieten of een week natte werkoveralls aan een droogrek hangen. Het is zelfs beter dan die twee weken werken in het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Maar weet je wat ik het minst van al zal missen? Dit afgrijselijke, fletse en superonflatterende gele werkpakje :-)

WP_20140912_003

Advertenties

Joepie, reactie!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s